Vergaderingen:
Ledenvergadering (21:00 uur)
11 juni23 juli27 augustus- 24 september
- 29 oktober
Bestuursvergadering (20:00 uur)
4 juni16 juli20 augustus- 10 september
- 15 oktober
- 24 november
|
|
 |
|
Geschreven door Kemille
|
Banden: hoe breder, hoe beter?
Waar moet je bij de aanschaf van motorbanden op letten, wat is echt belangrijk? Veel banden worden tegenwoordig gekocht om het imago en niet om de prestaties. Bij de aanschaf van banden is het ten eerste belangrijk bij jezelf te overleggen wat voor invloed de breedte van je banden heeft op het gedrag van je motor. Je hebt al gauw het idee dat brede banden voor meer grip zorgen, toch kleven er diverse nadelen aan.
Hoe breder je banden, hoe sterker je motor bij eenzelfde bocht platgelegd moet worden. Het bandenraakvlak verschuift zich namelijk naar de binnenkant van de bocht, het zwaartepunt van je motor blijft gelijk. Daardoor ontstaat een bijpassende afschuiningshoek. Die bedraagt bij achterbanden:
4 graden bij een bandenbreedte van 130 mm 5 graden bij een bandenbreedte van 150 mm 6 graden bij een bandenbreedte van 180 mm
telkens gerekend bij een hellingshoek van 45 graden (grensbereik van standaard motoren, soms zelfs 52 graden mogelijk) en een zwaartepunthoogte van 62,3 cm. Een motorrijder met smallere banden is daarom bij eenzelfde hellingshoek sneller onderweg dan een motorrijder met brede banden.

Hoe breder je banden, hoe sterker het kantelmoment, dus de kracht die je nodig hebt bij het kantelen om de radius van de bocht verder te vervolgen. Verantwoordelijk daarvoor is de omvangsverkleining van de band in combinatie met de samengetrokken band (naloop). Zie de grafiek boven.
Hoe breder je banden, hoe sterker de motor zich opricht bij een soms noodzakelijke remming in de bocht - een effect dat heel onwenselijk is, aangezien de motor dan haaks de bocht uit stuurt.
Hoe breder je banden, hoe wiebeliger je motor bij een langzame snelheid kan worden. Een niet-wenselijk verschijnsel, vooral in het stadsverkeer. Voor een weg met veel bochten zijn de brede banden op een motor ook ongunstiger. Brede banden hebben bovendien minder grip bij een nat wegdek. Het voordeel zit hem in de betere grip in een bocht bij hogere snelheden. Snelheden die in Nederland op de openbare weg sowieso niet verantwoord zijn. Op het circuit kan een brede band bovendien veel meer warmte opnemen en houdt het daarom langer uit.
Racebanden
Bij een brede band denk je al gauw aan een raceband. De grip van een raceband wordt bepaald door het loopvlak en de mate waarin de band zich kan vormen naar het wegdek. De rubbercompound is naast zacht ook pas plakkerig als deze zijn werktemperatuur bereikt heeft. Wanneer je onder deze werktemperatuur blijft, is de band waardeloos om mee te rijden en dus ook niet geschikt voor de openbare weg.
Dus zet je een raceband onder je straatracer en rijd je hier normaal mee op de openbare weg, dan heb je een belabberde band voor jouw gebruik. De compound van een raceband biedt pas grip wanneer deze een temperatuur van minimaal 50 graden bereikt heeft. Om deze reden zul je met een raceband heel snel uit de bocht liggen op de openbare weg.
Wegbanden komen eerder op temperatuur en bieden meer grip als ze nog kouder zijn. Maar let op, ook deze banden breken snel uit wanneer je te vroeg het gas er te snel of te hard opzet. Brede banden bieden minder grip op een nat wegdek. Racebanden hebben bovendien maar heel weinig profiel om water af te voeren.
Er zijn twee verschillende soorten banden: radiaalbanden en diagonaalbanden. Het rijden met de dikke diagonaalbanden is lekker comfortabel en dus goed voor op choppers en voor rustige motorrijders. De radiaalband is weer wat meer geschikt voor het snelle draai- en keerwerk. Deze band heeft in bochten goed grip, en is dus prima geschikt voor sportieve acties. Bovendien worden radiaalbanden minder snel warm en hebben een langere levensduur.
Het profiel van je band heeft invloed op de koeling, slijtage en stabiliteit van je band. Het profiel zorgt ervoor dat water, modder en dergelijke afgevoerd wordt. Kijk voor de keus van nieuwe banden instructieboekje van je motor of volg het advies van de bandenfabrikant. Deze informatie is normaal gesproken bij je motordealer verkrijgbaar. Laat je banden het liefst door de vakman monteren. Doe je het toch zelf, houd dan rekening met de looprichting van de band (pijl), dit in verband met het groevenpatroon. Anders komen de afvoer van het water en de stabiliteit bij slijtage in het geding.
Houd rekening met wat jouw specifieke wensen zijn. Let bij de aanschaf op grip bij droog wegdek, grip bij nat wegdek, het lawaai, de verwachte levensduur in kilometers, weg- of offroadgedrag en constructie. Nieuwe banden moeten de eerste twee- tot driehonderd kilometer voorzichtig ingereden worden, dit omdat er een gladde plastic coating tegen uitdrogen op de band zit.
Op de banden staat een stempel met een punt (DOT) en een code tot twaalf letters en cijfers heeft. De laatste 4 cijfers hiervan zijn de datum, 'WWYY', waarbij WW het weeknummer van productie is en de YY de laatste twee cijfers van het jaartal. Vervang je banden ten minste om de drie jaar. Natuurlijk moeten banden vervangen worden bij slijtage en schade. Neem altijd voor- en achterbanden van dezelfde soort!
Vaak is de achterband breder dan de voorband. Een te brede band voor een bepaald soort wiel zal gaan slingeren. Ook een te smalle band heeft een negatieve invloed op je rijgedrag.
De volgende kenmerken van een band hebben invloed op je weggedrag:
breedte profielvorm (bochtengedrag en waterafvoer) maat (zachter meer grip, harder minder slijtage) slijtage (indicator vering en demping) bandenspanning materiaal
Bandenspanning Het is de lucht in je band, niet het karkas, die je motor ondersteunt. Door een te lage bandenspanning slijt je band eerder, verbruik je meer brandstof, het is minder comfortabel en zal je motor gevaarlijk weggedrag gaan vertonen. Om je bandenspanning te meten moet uiteraard je bandenspanningsmeter in orde zijn. Kies er een van topkwaliteit bij een speciaalzaak. Deze zijn meestal van messing en koop je niet onder de dertig euro. Je kunt controleren of je oude bandenspanning nog adequaat is door eens een keer met de bandenspanningsmeter van iemand anders te controleren. Wekelijks je band oppompen is echt geen overbodige luxe!
Controleer je banden regelmatig: Het loopvlak: controleer op de aanwezigheid van 'vreemde' zaken als steentjes, spijkertjes, enz., en op insnijdingen, beschadigingen en (vreemde) slijtage.
De zijkanten: controleer op de aanwezigheid van beschadigingen door 'shocks' zoals stoepranden, putten, etc. en abnormale vervormingen.
De hiel/velgzone: sporen van wrijving of beschadiging van de velg. Vervang in dat geval je band.
Wanneer een band onregelmatig versleten is, is dit een indicatie dat je een slechte vering hebt, is het een slecht product of slecht opgepompt. Vertrouw niet volledig op slijtage-indicatoren. Hoe voelt de motor aan als je hem rijdt, is er iets veranderd, is hij moeilijk te sturen? Dit is bijna altijd te wijten aan de bandendruk en/of de toestand van je banden.
Houd altijd het dopje goed op het ventiel, zo komt er geen vuil in en kan er geen lucht uit. Maak je banden gewoon schoon met een sopje van water en zeep, absoluut geen agressieve reinigingsmiddelen gebruiken! Plaats je banden niet in de felle zon. Vermijd zoveel mogelijk bobbels en gaten in de weg. Neem altijd een reparatiesetje mee. Controleer voor elke rit je banden.
|
© 2010 Motorclub Sevenum | Limburg | MC Matou
Joomla! is Free Software released under the GNU/GPL License.
|
|